haverkist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·ver·kist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord haverkist haverkisten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

haverkist v/m [1]

  1. kist waarin men haver bewaart
Uitdrukkingen en gezegden
  • als een bok op de haverkist zitten
op zeer alerte, waakzame manier iets beschermen
•  Nu het beleid van Rutte II goeddeels in de grondverf staat met een reeks van in gang gezette hervormingen, is het tijd weer een stevige rode blos op de wangen te krijgen. En dus heet het, ingegeven door de ‘gierende onzekerheid van mensen’, dat de PvdA bij de overheveling van zorgtaken naar de gemeenten ‘als een bok op de haverkist’ zal zitten. [2] 
•  Ton Heerts verwacht nog een strijd om de uitwerking van het sociaal akkoord dat de regering sloot met de sociale partners. 'Ik ken het Haagse veld goed genoeg om te weten dat op een gegeven moment mensen weer een draai aan gemaakte afspraken willen geven. Zinnen een andere klank willen geven, daar is Nederland meester in. Dus moet je er als een bok op de haverkist bij zitten', zegt de interim-voorzitter van de FNV in een interview met NU.nl. [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.


Verwijzingen