eiland

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Eiland
Een eiland.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·land
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Fries, in de betekenis van ‘land omgeven door water’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • samenstelling van  ei  en  land  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord eiland eilanden
verkleinwoord eilandje eilandjes

Zelfstandig naamwoord

eiland o

  1. (aardrijkskunde) een stuk land dat omringd is door water
    • Ik ga graag op vakantie naar een onbewoond eiland. 
     Nobelen uit vorige eeuwen hadden het eiland volgebouwd met hun pronkpalazzi en de kieren die toevallig ontstonden tussen de wereldwonderen in, moesten maar als straat dienen. Wie zich wil verplaatsen in Venetië moet voortdurend om het exhibitionistische vertoon van liefde voor de stad van zijn voorgangers in deze stad heen lopen.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord eiland eilande

Zelfstandig naamwoord

eiland

  1. eiland