dun

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dun
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dun dunner dunst
verbogen dunne dunnere dunste
partitief duns dunners -

Bijvoeglijk naamwoord

dun

  1. van geringe dikte
    • De jonge vrouw was nog heel dun. 
  2. heel vloeibaar
    • De soep was veel te dun omdat er teveel water bij was gedaan. 
  3. van haar als er veel ruimte zit tussen de verschillende haren
    • De man van middelbare leeftijd had rees dun haar, maar kaal was hij nog niet. 
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
dunnen

dun

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dunnen
    • Ik dun. 
  2. gebiedende wijs van dunnen
    • Dun! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dunnen
    • Dun je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • dun

Zelfstandig naamwoord

dun m/v / o

  1. (dierkunde) donsveer.
  2. dons
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   dun     duna
dunen
dunet  
  dun     dunene
duna  
genitief   duns     dunas
dunens
dunets  
  duns     dunenes
dunas  
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • dun

Zelfstandig naamwoord

dun v/o

  1. (dierkunde) donsveer.
  2. dons
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   dun     dunet,
duna  
  dun,
duner  
  duna,
dunane  
genitief                
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen