vermogen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·mo·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van mogen met het voorvoegsel ver-
enkelvoud meervoud
naamwoord vermogen vermogens
verkleinwoord (vermogentje) (vermogentjes)

Zelfstandig naamwoord

vermogen o

  1. (financieel) een kapitaal aan geld -> bezit, bezitting, eigendom
    De buurman heeft een flink vermogen.
  2. de kwaliteiten om iets te kunnen doen, capaciteit
    Hij heeft niet het vermogen om leiding te geven aan die groep.
  3. (natuurkunde) de hoeveelheid verrichte arbeid per tijdseenheid, uitgedrukt in de SI-eenheid Watt
    Een goed getrainde fietser kan continu een vermogen van 130 watt leveren.[1]
Synoniemen
Hyponiemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vermogen
vermocht
vermocht
onregelmatig volledig

Werkwoord

vermogen

  1. (modaal werkwoord)(formeel) in staat zijn
    Wij vermogen niet in te zien wat op dit moment het spoedeisende karakter is. [2]
    (...) sulcks nochtans volcomelijck heeft vermogen te doen ende gedaen, (...)[3]
  2. (absoluut) in staat zijn iets te bewerkstelligen
    Tegen dat virus vermogen we nu niet veel, maar met die nieuwe vaccinatieresultaten komt daar mogelijk verandering in.
Opmerkingen
  • De onbepaalde wijs "vermogen" neemt vaak de plaats in van het voltooid deelwoord.[4]
  • Er is geen onpersoonlijke lijdende vorm.
Verwijzingen
  1. Een relativerend verhaaltje over ENERGIE, energiefeiten.nl
  2. Ganzevoort, R. Handelingen Eerste Kamer der Staten-Generaal 2014-2015, 15 (22 december 2014) op site: OfficieleBekendmakingen.nl; geraadpleegd 2015-05-27
  3. Coornhert, D.V. "Van de vreemde sonde, schulde, straffe nasporinghe", in: Wercken. Deel II (1630) Jacob Aertsz. Colom, Amsterdam; fol. 517 v; geraadpleegd 2015-05-27
  4. Algemene Nederlandse Spraakkunst 18·5·4·18 Anders dan de ANS suggereert kunnen constructies met het voltooid deelwoord in verzorgd taalgebruik voorkomen, zie een voorbeeld bij vermocht.