bezitting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zit·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bezitting bezittingen
verkleinwoord bezittinkje bezittinkjes

Zelfstandig naamwoord

bezitting v

  1. dat wat iemand in eigendom heeft, dat wat van iemand is
    Hij heeft niet veel bezittingen.
Vertalingen

Meer informatie