dagelijks

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • da·ge·lijks
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen dagelijks
verbogen dagelijkse
partitief dagelijks

Bijvoeglijk naamwoord

dagelijks

  1. iedere dag voorkomend
    Hoe moeten we anders ons dagelijks brood verdienen?
  2. gewoon, alledaags
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

dagelijks

  1. iedere dag
    Hij leest dagelijks de krant.
Synoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • het dagelijks bestuur
het bestuur met de algemene leiding
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl