jaarlijks

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jaar·lijks
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen jaarlijks
verbogen jaarlijkse
partitief jaarlijks

Bijvoeglijk naamwoord

jaarlijks

  1. eenmaal per jaar
    • Op hun jaarlijkse familiereünie was het meestal bijzonder gezellig. 
Hyponiemen
Vertalingen

Bijwoord

jaarlijks

  1. eenmaal per jaar, per jaar
    • Zij hadden jaarlijks een familiereünie. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl