dagdagelijks
Uiterlijk
- Geluid: dagdagelijks (hulp, bestand)
- IPA: / dɑɣˈdaɣələks / (4 lettergrepen)
- dag·da·ge·lijks
- Het woord is een leenvertaling van het Duitse tagtäglich.
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | dagdagelijks |
| verbogen | dagdagelijkse |
| partitief | dagdagelijks |
dagdagelijks
- (België) iedere dag voorkomend
- De dagdagelijkse beslommeringen begonnen hem te irriteren.
dagdagelijks
- (België) iedere dag
- Hij leest dagdagelijks de krant.
1. iedere dag
- Het woord dagdagelijks staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "dagdagelijks" herkend door:
| 24 % | van de Nederlanders; |
| 94 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 24 %
- Prevalentie Vlaanderen 94 %