overdag
Uiterlijk
- over·dag
- samenstelling van over en dag
overdag
- tijdens de uren van de dag
- ▸ Mijn vader die was gaan lopen als een oud mannetje, die sinds hij gepensioneerd was overdag niets anders wist te doen dan mijn moeder hoorndol te maken.[1]
- ▸ In de twee Noord- Italiaanse dorpen was de tijgermug pas vrij recent aangetroffen, tot ergernis van de inwoners, die nauwelijks overdag meer buiten konden zitten: dan werden ze 'opgegeten' door deze muggensoort die overdag steekt.[2]
- ▸ Overdag was het steeds snikheet waardoor ik zweette als een otter.[3]
- (verouderd) 's daags
- Het woord overdag staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "overdag" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Tatiana Rosnay“Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
- ↑ Roel Coutinho“Epidemieën en pandemieën” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025310592 - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be