wetenschapscommunicatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • we·ten·schaps·com·mu·ni·ca·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wetenschapscommunicatie wetenschapscommunicaties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wetenschapscommunicatie v

  1. (communicatie) het communiceren van (bèta-)wetenschappen met niet-wetenschappers

Gangbaarheid

Meer informatie