kaasboerderij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1. Het maken van boerenkaas op een kaasboerderij in 1960.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaas·boer·de·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kaasboerderij kaasboerderijen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kaasboerderij v [1]

  1. boerderij waar men kaas maakt (en vaak ook verkoopt)
    • Commercieel directeur Wilfred Van Elzakker haalt z’n smartphone te voorschijn en scant een boerenkaas. Op het schermpje verschijnt een app, die de klant met de website van de producent verbindt. De klant krijgt zo gedetailleerde informatie van Kaasboerderij Schellach in Middelburg, over bereiding en ingrediënten, risico’s van allergieën, leefomstandigheden van de koeien, ook via video’s, en mogelijkheden de boerderij te bezoeken. [2] 

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen