uitgebreidheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ge·breid·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitgebreidheid uitgebreidheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

uitgebreidheid v [1]

  1. hoe uitgebreid iets is
    • De nota met daarin richtlijnen voor het toestaan van horeca op bedrijventerreinen is volgens de belangenorganisatie 'onder tijdsdruk' tot stand gekomen. Tegelijkertijd is het een rapport dat 'door zijn uitgebreidheid en ogenschijnlijke verdieping zand in de ogen van de lezer strooit'. [2] 
Synoniemen


Gangbaarheid


Verwijzingen