turf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • turf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord turf turven
verkleinwoord turfje turfjes

Zelfstandig naamwoord

turf m

  1. veen als brandstof
  2. dik boek
  3. groep van vijf streepjes
  4. (Jiddisch-Hebreeuws) gestolen goed
  5. (Jiddisch-Hebreeuws) geld, portemonnee
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
turven

turf

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van turven
    • Ik turf. 
  2. gebiedende wijs van turven
    • Turf! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van turven
    • Turf je? 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen