tijdsbestek
Uiterlijk
- Geluid: tijdsbestek (hulp, bestand)
- IPA: / ˈtɛitsbəˌstɛk / (3 lettergrepen)
- tijds·be·stek
- samenstelling van tijd en bestek met het invoegsel -s- [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tijdsbestek | tijdsbestekken |
| verkleinwoord | tijdsbestekje | tijdsbestekjes |
het tijdsbestek o
- een bepaalde tijdsduur of tijdsperiode
- Het woord tijdsbestek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "tijdsbestek" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -s- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %