omvang

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·vang
enkelvoud meervoud
naamwoord omvang omvangen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

omvang m

  1. omtrek, dikte
  2. grootte
  3. uitgestrektheid
  4. (muziek) de tonen die een stem of instrument kan voortbrengen, toonomvang
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie