Naar inhoud springen

omvang

Uit WikiWoordenboek
  • om·vang
enkelvoud meervoud
naamwoord omvang omvangen
verkleinwoord - -

deomvangm

  1. omtrek, dikte
  2. grootte
     'Maar,' zegt Coyle, 'ook met die beperkte omvang hebben we al interessante resultaten geboekt.[1]
     Van levensbelang: "De omvang en reikwijdte van de hittestress is schokkend", zegt zeebioloog Melanie McEnfield tegen persbureau Reuters. "Sommige riffen hadden er tot dusver geen last van en wij dachten dat ze veerkrachtig waren, dat ze het gedeeltelijk afsterven te boven zouden komen."[2]
  3. uitgestrektheid
     'Maar,' zegt Coyle, 'ook met die beperkte omvang hebben we al interessante resultaten geboekt.[1]
     Door de vragen die Pamela me tijdens onze lunchpauzes stelde over het leven op Trinidad, ontdekte ik hoe weinig ze op school of daarna had geleerd over de omvang van het Britse Rijk.[3]
  4. (muziek) de tonen die een stem of instrument kan voortbrengen, toonomvang
vervoeging van
omvangen

omvang

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omvangen
    • Ik omvang. 
  2. gebiedende wijs van omvangen
    • Omvang! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omvangen
    • Omvang je? 
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[4]
  1. 1 2 “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789464043075
  2. Bronlink geraadpleegd op 23 april 2025 Weblink bron “Meer dan 80 procent van koraalriffen lijdt onder hittestress, mogelijk onherstelbaar” (23 april 2025), NOS
  3. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be