nacer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·cer

Werkwoord

nacer

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
nacer
nacía
nacido
volledig
  1. onovergankelijk geboren worden, ter wereld komen

Verwijzingen