wonderbaarlijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • won·der·baar·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wonderbaarlijk wonderbaarlijker wonderbaarlijkst
verbogen wonderbaarlijke wonderbaarlijkere wonderbaarlijkste
partitief wonderbaarlijks wonderbaarlijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

wonderbaarlijk

  1. iets wat bijna niet te geloven is, iets wat lijkt op een wonder
    • Een wonderbaarlijk voorval heb ik vandaag meegemaakt. 
    • Vandaag keek hij vanzelfsprekend niet meer zo tegen de dingen aan. Hij wist dat de oorlog niets anders was dan een reusachtige loterij met levensechte kogels, waarin vier jaar overleven aan het wonderbaarlijke grensde. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Lemaitre, Pierre "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 18
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be