Naar inhoud springen

geboorte

Uit WikiWoordenboek
  • ge·boor·te
enkelvoud meervoud
naamwoord geboorte geboorten
geboortes
verkleinwoord - -

degeboortev

  1. bevalling, actie waarbij een organisme uit zijn/haar moeder komt en aan zijn zelfstandige leven begint
     Bij zijn geboorte, nog geen 24 uur later, was hij zwaarder dan zijn zus was geweest.[3]
     Zijn moeder kreeg vlak na zijn geboorte multiple sclerose. Zijn vader, druk met de zorg voor zijn chronisch zieke echtgenote, keek nauwelijks om naar Harry. Als enig kind werd hij opgevoed door zijn oma.[4]
  2. een beginpunt
    • Dat was de geboorte van een nieuw tijdperk. 
  3. (bouwkunde) onderste deel van een boog of gewelf
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[5]
  1. "geboorte" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. geboorte op website: Etymologiebank.nl
  3. Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  4. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2025 Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be