auteur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·teur
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Latijnse auctor (schrijver) met het achtervoegsel -eur [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord auteur auteurs
verkleinwoord auteurtje auteurtjes

Zelfstandig naamwoord

auteur m

  1. persoon die aan de basis staat van een origineel werk
    De auteur signeert zijn boeken in die boekenwinkel.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  auteur     l'auteur     auteurs     les auteurs  

Zelfstandig naamwoord

auteur m

  1. auteur