auteur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord auteur auteurs
verkleinwoord auteurtje auteurtjes

Zelfstandig naamwoord

auteur m

  1. (beroep) persoon die aan de basis staat van een origineel geschreven werk
    • De auteur signeert zijn boeken in die boekenwinkel. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  auteur     l'auteur     auteurs     les auteurs  

Zelfstandig naamwoord

auteur m

  1. auteur