aanvuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vu·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van het verouderde werkwoord vuren (doen branden) met het voorvoegsel aan-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanvuren
vuurde aan
aangevuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

aanvuren

  1. aanwakkeren