vuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Vuren.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vu·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Met vuur wordt het buskruit ontstoken [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vuren
vuurde
gevuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

vuren

  1. (inergatief) schoten lossen
    Zij vuurden op de aanstormende vijand.
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen


Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

vuren

  1. vurenhouten

Zelfstandig naamwoord

vuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vuur
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl