fan
Uiterlijk
- fan
- [A] Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘ventilator’ voor het eerst aangetroffen in 1931 [1] [2]
- [B] Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bewonderaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1947 [1] [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fan | fans |
| verkleinwoord | fannetje | fannetjes |
[A] de fan m
- (persoon) een enthousiaste aanhanger [3]
- Hij heeft door dat optreden erg veel fans verworven.
- ▸ Zo kwam ik bij de vraag: geloof ik in God? Hoewel ik protestant ben opgevoed en mijn hele leven als religieuze pelgrim op zoek naar God van kerk naar kerk zwierf ben ik nooit een grote fan van predikanten geweest.[4]
- ▸ Donderdag namen in het stadion al de eerste supporters plaats, van karton. Naar een idee van de supportersvereniging kunnen fans van Borussia voor 19 euro een kartonnen fan kopen met daarop een levensgrote foto van zichzelf.[5]
[B] de fan m
- Het woord fan staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "fan" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[6] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- 1 2 "fan" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2 fan op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 fan op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Weblink bron “Namaaksupporters in Duitsland en Wit-Rusland tegen lege tribunes” (10-04-2020), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- [A] erfwoord van Middelengels fan, Angelsaksisch fann. Verder van Latijn vannus, Indo-Europees *h₂weh₁-
- [B] Waarschijnlijk een verkorting van fanatic
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| fan | fans |
[A] fan
[B] fan
- (persoon) bewonderaar, fan zn
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to fan |
| he/she/it | fans |
| verleden tijd | fanned |
| voltooid deelwoord |
fanned |
| onvoltooid deelwoord |
fanning |
| gebiedende wijs | fan |
fan
- overgankelijk toewaaien
- overgankelijk aanwakkeren
- overgankelijk, (informeel) (AE) een pak slaag geven
- overgankelijk, (landbouw) wannen ww
- overgankelijk, (sport) uitslaan [2]
- onovergankelijk zich verspreiden
fan
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| fan | fans |
fan
- waar?
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Persoon in het Nederlands
- Techniek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 3
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Erfwoord in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Techniek in het Engels
- Persoon in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Informeel in het Engels
- Landbouw in het Engels
- Sport in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Woorden in het Oudnederlands
- Voorzetsel in het Oudnederlands
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 3
- Zelfstandig naamwoord in het Spaans
- Woorden in het Wolof
- Woorden in het Wolof met audioweergave
- Bijwoord in het Wolof