stimuleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sti·mu·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stimuleren
stimuleerde
gestimuleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

stimuleren

  1. (overgankelijk) maatregelen nemen om iets te bevorderen
    De regering trachtte de economie te stimuleren om een depressie te vermijden.
    stimuleren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl