stimuleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sti·mu·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stimuleren
stimuleerde
gestimuleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

stimuleren [2]

  1. overgankelijk maatregelen nemen om iets te bevorderen
    • De regering trachtte de economie te stimuleren om een depressie te vermijden. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen