aalbes
Uiterlijk

- aal·bes
- samenstelling van aal en bes zn
- In de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1500 [1] [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aalbes | aalbessen |
| verkleinwoord | aalbesje | aalbesjes |
- (bloemplanten) Ribes rubrum
een plant met opvallend geelgroene bladeren, oorspronkelijk uit West-Europa - (fruit) bes van die struik
- Van aalbessen kunnen we aalbessenjam maken.
- aalbesachtige, aalbesachtigen, aalbeskleur, aalbessenazijn, aalbessenblad, aalbessenboom, aalbessenboompje, aalbessendief, aalbessengelei, aalbessenjam, aalbessenjenever, aalbessennat, aalbessenrist, aalbessensap, aalbessensaus, aalbessenstruik, aalbessentros, aalbessenvla, aalbessenvlaai, aalbessenwesp, aalbessenwijn
1. bepaald soort struik met eetbare rode bessen Ribes rubrum
- Het woord aalbes staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "aalbes" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 92 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "aalbes" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ aalbes op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bloemplanten in het Nederlands
- Fruit in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 92 %