grosella
Uiterlijk

- gro·sel·la
- Afkomstig uit het Spaans.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | grosella | grosella's |
| verkleinwoord | grosellaatje | grosellaatjes |
de grosella v
- (bloemplanten) Phyllanthus acidus
een lid van de familie Phyllanthaceae
, dat op commerciële basis wordt verbouwd voor zijn eetbare vruchten
- Het woord 'grosella' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| grosella | grosellas |
grosella v
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bloemplanten in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 8
- Zelfstandig naamwoord in het Spaans
- Fruit in het Spaans