-erie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Huidig
bestand
14
Uitspraak
Woordafbreking
  • -e·rie
Woordherkomst en -opbouw
  • van Frans -erie, naar het voorbeeld van tal van aan het Frans ontleende woorden met dat achtervoegsel

Achtervoegsel

-erie

  1. toevoeging die van een zelfstandig naamwoord een nieuw zelfstandig naamwoord vormt
    1. van de aanduiding van een product: onderneming die dat product verhandelt
    2. van de aanduiding van een persoon: gedrag als van die persoon
  2. bij woorden die aan het Frans zijn ontleend, evenals het woord waarvan zij in het Frans zijn afgeleid
    Taalgebruikers kunnen deze woorden als Nederlandse afleidingen ervaren.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
1. nog ontbrekende woorden die met dit achtervoegsel zijn gevormd
2. nog ontbrekende aan het Frans ontleende woorden die schijnbaar met dit achtervoegsel zijn gevormd

Verwijzingen


Frans

Huidig
bestand
4
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • [1] Ontwikkeld uit het Latijnse achtervoegsel van plaats -arium, mv -aria geïnterpreteerd als v enk.
  • [2][3] Van zelfstandige naamwoorden afleidend: uit een achtervoegsel samengesteld uit -ier en -ie
  • [4] Van werkwoorden afleidend: uit een achtervoegsel samengesteld uit -er en -ie
Woordafbreking
  • -e·rie

Achtervoegsel

-erie

  1. Ter vorming van zelfstandige naamwoorden van een plaats van commerciële activiteit, o.a. boulangerie bakkerij (boulanger bakker), animalerie dierenwinkel (animal dier), laverie wasserette (laver wassen)
  2. Ter vorming van zelfstandige naamwoorden die de aard of kenmerk van de eenvoudige vorm aangeeft, cochonnerie zwijnenboel, troep, schunnigheid (cochon varken), connerie klote streken”, “kuttigheid” (con klootzak, kut)
  3. Ter vorming van zelfstandige naamwoorden die een geheel of verzameling aangeven, o.a. argenterie zilvergoed ( argenterie zilver).
  4. Ter vorming van zelfstandige naamwoorden uit werkwoorden, o.a. tricherie bedrog, oplichterij (tricher bedriegen, oplichten).