klote

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klo·te
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘tussenwerpsel: uitroep van ergernis’ voor het eerst aangetroffen in 1927 [1]
  • Verwijzend naar de balzak van een man
stellend
onverbogen klote
verbogen klote
partitief klotes

Bijvoeglijk naamwoord

klote

  1. (scheldwoord) beroerd, slecht, waar men grote afkeer van heeft
    • Die hele manier van doen is toch gewoon klote, man!. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen