bedrog

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·drog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bedrog -
verkleinwoord bedrogje bedrogjes

Zelfstandig naamwoord

bedrog o

  1. het met kwade opzet misleiden van iemand
    Deze veelgeroemde wetenschappelijke publicatie berust op bedrog.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl