aarde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aar·de
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aarde | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
aarde v
- De wereld, de bewoonbare planeet van ons zonnestelsel.
- De aarde is de derde planeet van de zon.
- De grond waarin de planten groeien.
- In de tuin lag een hoop aarde.
- Een goed geleidende verbinding tussen een elektrisch apparaat en de aarde.
- Het apparaat had een goede geleiding met de aarde.
- Een van de vier traditionele elementen.
- Aarde is naast vuur, water en lucht één van de vier traditionele elementen.
Synoniemen
- [1] aardbol, aardrijk, bol, globe, planeet, terra, wereld, wereldbol
- [2] aardmolm, bodem, grond, humus
Antoniemen
- [1] hemel
Afgeleide begrippen
- [1] aardas, aardbaan, aardbeving, aardbevingsgebied, aardbevingsgolf, aardbevingsgordel, aardbevingshaard, aardbewoner, aardbodem, aardbol, aardedonker, aarden, aardeweg, aardewerk, aardgas, aardgasbel, aardgasnet, aardgeest, aardhommel, aardig, aardigheid, aarding, aardkern, aardklem, aardkloot, aardkluit, aardkorst, aardkromming, aardkunde, aardlaag, aardleiding, aardmagnetisme, aardmannetje, aardmantel, aardmassa, aardmetalen, aardmeting, aardnoot, aardolie, aardolieproduct, aardoppervlak, aardpool, aardrijk, aardrijkskunde, aardrijkskundig, aardrol, aards, aardschok, aardslak, aardstraal, aardstraling, aardtrilling, aardvarken, aardvast, aardveil, aardverschuiving, aardvrucht, aardwarmte, aardwetenschappen, aardworm
- [2] tuinaarde, potaarde, roordaarde, teelaarde
Spreekwoorden
- in goede aarde vallen: goed opgenomen worden
- ter aarde bestellen: begraven
- boven aarde staan: nog niet begraven
Vertalingen
1. planeet
2. grond
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
Uitspraak
Zelfstandig naamwoord
aarde
