zonneschijn

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·schijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonneschijn -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zonneschijn m

  1. het licht dat van de zon afkomstig is
    Het was opnieuw een prachtige dag met volop zonneschijn.
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Na regen komt zonneschijn
    • Na een tegenslag volgt altijd weer iets beters.
Vertalingen