maan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Maan

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maan
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: mane
Oudnederlands: māno
Germaans: *mēnô
Indo-Europees: *mḗh₁n̥s
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: moon (Angelsaksisch: mōna), Duits: Mond, (Oudhoogduits: māno), Fries: moanne, moune (Oudfries: mōna)
Noord: Zweeds/Deens/Noors: måne, (Oudnoors: máni), IJslands/Faeröers: máni
Oost: Gotisch: mena
  • Andere Indo-Europese talen:
Romaans: Latijn: mensis, Catalaans/Spaans/Aromaans: mes, Frans: mois, Italiaans: mese, Portugees: mês, Retoromaans: mais, Siciliaans: misi, Venetiaans: méxe
Slavisch: Russisch/Wit-Russisch: месяц (mesjac), Oekraïens: місяць (misjac), Bulgaars: месец (mesec, mesets), Servo-Kroatisch: месец, mesec, Sloveens: mesec, Tsjechisch: měsíc, Kasjoebisch: miesąc, miesądz, Pools: miesiąc, Hoogsilezisch: mjeśůnček , mjeśůnc, Slowaaks: mesiac, Nedersorbisch: mjasec
Keltisch: Welsh: mis, Iers: mí (Oudiers: mí) Manx: mee, Schots-Gaelisch: mìos
Baltisch: Lets: mēnesis, mēness, Litouws: mėnuo
Andere: Grieks: μήνας (mìnas) (Oudgrieks: μήν (men)), Albanees: muaj, Armeens: ամիս (amis), Perzisch: ماه (mah), مه (mæh), مانگ (mang)
enkelvoud meervoud
naamwoord maan manen
verkleinwoord maantje maantjes

Zelfstandig naamwoord

maan v/m

  1. (astronomie) met "de" maan wordt de natuurlijke satelliet bedoeld, die in een baan rond de aarde draait
  2. (astronomie) een satelliet die in een baan rond een planeet draait
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
manen

maan

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van manen
    Ik maan.
  2. gebiedende wijs van manen
    Maan!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van manen
    Maan je?

Meer informatie


Afrikaans

Uitspraak
  • IPA: /mɑːn/
Woordafbreking
  • maan
enkelvoud meervoud
naamwoord maan mane

Zelfstandig naamwoord

maan

  1. maan