zaak
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zaak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zaak | zaken |
| verkleinwoord | zaakje | zaakjes |
Zelfstandig naamwoord
- een term waarmee een ding of een voorstelling van de geest aangeduid wordt die geen persoon is
- Dit is een vervelende zaak.
- iets dat men te behartigen heeft
- Wij behartigen uw zaak altijd.
- een transactie of handel
- Hij doet al jaren zaken met hem.
- een onderneming of bedrijf
- Wij bezitten een zaakje in het dorp.
- (juridisch) een rechtszaak
- Deze zaak is vanaf nu gesloten.
Uitdrukkingen en gezegden
- [5] De zaak komt voor in december 2010.