rechter
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rech·ter
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rechter | rechters |
| verkleinwoord | rechtertje | rechtertjes |
Zelfstandig naamwoord
rechter m
- persoon die rechtspreekt, persoon die een oordeel velt
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Naar de rechter stappen.
Vertalingen
1. persoon die rechtspreekt, persoon die een oordeel velt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | rechter |
| verbogen | - |
Bijvoeglijk naamwoord
rechter
- aan de tegenovergestelde zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
- Ik heb hier de rechter sok, maar waar is de linker gebleven?
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. aan de tegenovergestelde zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
Bijvoeglijk naamwoord
rechter
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van recht