kledingzaak
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kle·ding·zaak
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kledingzaak | kledingzaken |
| verkleinwoord | kledingzaakje | kledingzaakjes |
Zelfstandig naamwoord
- een winkel die zich specialiseert in de verkoop van kleding
- Er zijn een paar goede kledingzaken in die straat.
Synoniemen
Vertalingen
1. een winkel die zich specialiseert in de verkoop van kleding