ding

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ding
enkelvoud meervoud
naamwoord ding dingen
verkleinwoord dingetje dingetjes

Zelfstandig naamwoord

ding o

  1. een voorwerp
  2. (informeel) een meid
  3. (informeel) een penis
  4. (verouderd) een samenkomst waar recht gedaan wordt (oorspronkelijke betekenis), zie geding
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
dingen

ding

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dingen
    Ik ding.
  2. gebiedende wijs van dingen
    Ding!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dingen
    Ding je?

Meer informatie