noodzaak
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- nood·zaak
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | noodzaak | noodzaken |
| verkleinwoord | noodzaakje | noodzaakjes |
Zelfstandig naamwoord
- iets moeten hebben voor vaak praktische of medische redenen
- Insuline krijgen is een noodzaak voor diabetespatiënten.
Vertalingen
1. iets moeten hebben voor vaak praktische of medische redenen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.