rechtszaak
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rechts·zaak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rechtszaak | rechtszaken |
| verkleinwoord | rechtszaakje | rechtszaakjes |
Zelfstandig naamwoord
- (juridisch) een geschil dat twee of meer partijen hebben over hun rechten en dat zij aan de uitspraak van een rechter onderwerpen
- Ze spannen een rechtszaak aan tegen dat bedrijf.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
- Tegen iemand een rechtszaak aanspannen.