rechtszaak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rechts·zaak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rechtszaak rechtszaken
verkleinwoord rechtszaakje rechtszaakjes

Zelfstandig naamwoord

rechtszaak v/m

  1. (juridisch) een geschil dat twee of meer partijen hebben over hun rechten en dat zij aan de uitspraak van een rechter onderwerpen
    Ze spannen een rechtszaak aan tegen dat bedrijf.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Tegen iemand een rechtszaak aanspannen.
Vertalingen