mol
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mol
| 1,2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | mol | mollen |
| verkleinwoord | molletje | molletjes |
Zelfstandig naamwoord
mol
- (dierkunde) m: Talpa europaea, zwart, spitssnuitig insectivoor zoogdier voorzien van graafpoten, dat leeft in gegraven gangen in de grond.
- (muziek) v/m: een teken in het muziekschrift dat een verlaging met een halve toon aanduidt.
- (scheikunde) o SI-eenheid voor de hoeveelheid materie van een systeem die evenveel deeltjes bevat als er atomen zijn in 12 gram koolstof-12.
| 3 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | mol | molen |
| verkleinwoord | - | - |
Afgeleide begrippen
- 1. mollengang, mollenvanger, goudmol
- 2. dubbelmol
- 3. molair, molaal, molgewicht
Vertalingen
Dierkunde
Scheikunde
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.