mijnheer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mijn·heer
enkelvoud meervoud
naamwoord mijnheer mijnheren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mijnheer m

  1. een aanspreektitel voor een man
    Mijnheer, wilt u dit nog even ondertekenen?
  2. de heer des huizes
  3. een titel voor marineofficieren
    Ik ben aanwezig, mijnheer.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen