mijnheer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mijn·heer
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mijnheer | mijnheren |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
mijnheer m
- een aanspreektitel voor een man
- Mijnheer, wilt u dit nog even ondertekenen?
- de heer des huizes
- een titel voor marineofficieren
- Ik ben aanwezig, mijnheer.