afslag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·slag
enkelvoud meervoud
naamwoord afslag afslagen
verkleinwoord afslagje afslagjes

Zelfstandig naamwoord

afslag m

  1. een uitrit die van een snelweg afvoert
    We hebben de afslag toch niet gemist?
  2. (numismatiek) een muntslag met originele stempels in een afwijkend metaal
    Dit is een afslag in zilver.
  3. (muziek) een teken van de dirigent om het musiceren te beëindigen
    Na die volkomen foutieve inzet van de sopranen kon de dirigent alleen nog maar een afslag geven.
  4. een veiling waar de voorgestelde prijs geleidelijk verlaagd wordt
    De stadsomroeper was in 1795 verplicht om in de stad bekend te maken dat er vis aan de afslag te koop werd aangeboden.
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord afslag -

Zelfstandig naamwoord

afslag

  1. korting
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen