vruchtbaarheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: vruchtbaarheid (hulp, bestand)
- IPA: /'vrɵɣbarɦɛɪt/
Lettergrepen
- vrucht·baar·heid
Woordherkomst en -opbouw
- afgeleid van vruchtbaar met het achtervoegsel -heid.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vruchtbaarheid | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
vruchtbaarheid v
- het vermogen vrucht te dragen
- De vruchtbaarheid van deze grond kan nog aanzielijk verbeterd.
Antoniemen
Vertalingen
1.

