fly

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to fly
he/she/it flies
verleden tijd flew
voltooid
deelwoord
flown
onvoltooid
deelwoord
flying
gebiedende wijs fly

Werkwoord

fly

  1. vliegen


vervoeging
onbepaalde wijs to fly
he/she/it flies
verleden tijd flied
voltooid
deelwoord
flied
onvoltooid
deelwoord
flying
gebiedende wijs fly

Werkwoord

fly

  1. een hoge bal slaan met honkbal


enkelvoud meervoud
fly flies

Zelfstandig naamwoord

fly

  1. (dierkunde), (insecten) vlieg
Hyperoniemen
Hyponiemen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • fly
Woordherkomst en -opbouw
  • (Werkwoord) afkomstig van het Oudnoorse werkwoord fljúga.
  • (Zelfstandig naamwoord [A]) verkorting van flygemaskin.
  • (Zelfstandig naamwoord [B]) verwant met de woorden flyge en flue.
  • (Zelfstandig naamwoord [C]) verwant met de woorden flod en flyte.
Naar frequentie 506
vervoeging
onbepaalde wijs fly
tegenwoordige tijd flyr
verleden tijd fløy
voltooid
deelwoord
flydd
fløyet
onvoltooid
deelwoord
flyende
lijdende vorm flyes
gebiedende wijs fly
vervoegingsklasse Klasse 2 sterk
opmerking

Werkwoord

fly

  1. vliegen
    «Grågjæser fløy mot nord.»
    De grauwe ganzen vlogen naar noorden.
  2. het vliegtuig nemen
  3. (figuurlijk) gaan vliegen, de hielen lichten.
Schrijfwijzen
Hyperoniemen


Zelfstandig naamwoord

[A] fly o

  1. (techniek), (verkeer), (afkorting), (verkorting) vliegtuig
    «Flyet kunne ikke gå ned på grunn av tåke.»
    Vanwege de mist kon het vliegtuig niet landen.
    «Tar du tog eller fly
    Neemt u de trein of het vliegtuig?
Verbuiging
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • korresponderende fly
een aansluitende vlucht

Zelfstandig naamwoord

[B] fly o

  1. (dierkunde), (insecten) uilen
Verbuiging
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

[C] fly m / v

  1. (geologie) een natuurlijk berglandschap in een gebergte
Verbuiging
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • fly
Woordherkomst en -opbouw
  • (Werkwoord) afkomstig van het Oudnoorse werkwoord fljúga.
  • (Zelfstandig naamwoord [A]) verkorting van flygemaskin.
  • (Zelfstandig naamwoord [B]) verwant met de woorden flyge en flye.
  • (Zelfstandig naamwoord [C]) misschien verwant met het woord flyte.
vervoeging
onbepaalde wijs fly
tegenwoordige tijd flyr
flyg
(bijvorm) flyr
verleden tijd flaug
voltooid
deelwoord
floge
flogi
onvoltooid
deelwoord
flyande
lijdende vorm flyast
(bijvorm): flyas
gebiedende wijs fly
vervoegingsklasse Klasse 2 sterk
opmerking

Werkwoord

fly

  1. vliegen
  2. het vliegtuig nemen
  3. (figuurlijk) gaan vliegen, de hielen lichten
Schrijfwijzen
Hyperoniemen


  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   fly     flyet     fly     flya  

Zelfstandig naamwoord

[A] fly o

  1. (techniek), (verkeer) vliegtuig
    «Han sette seg inn i eit fly for å reise til Sør-Afrika.»
    Hij ging in een vliegtuig zitten om naar Zuid-Afrika te reizen.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • korresponderande fly
een aansluitende vlucht
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   fly     flyet     fly     flya
bijvorm: flyi  

Zelfstandig naamwoord

[B] fly o

  1. (dierkunde), (insecten), (afkorting), (verkorting) uilen
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   fly     flya
bijvorm: flyi  
  flyer     flyene  

Zelfstandig naamwoord

[C] fly v

  1. (geologie) een natuurlijk berglandschap in een gebergte
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • fly
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fly
flydde
flydd
volledig

Werkwoord

fly

  1. vluchten
  2. vliegen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen