vlieg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlieg
enkelvoud meervoud
naamwoord vlieg vliegen
verkleinwoord vliegje vliegjes

Zelfstandig naamwoord

vlieg v/m

  1. (insecten) tweevleugelig insect
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vliegen

vlieg

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vliegen
    Ik vlieg.
  2. gebiedende wijs van vliegen
    Vlieg!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vliegen
    Vlieg je?

Meer informatie