vliegtuig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: vliegtuig (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈvliχtœʏχ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈvlixtœːx/
Woordafbreking
- vlieg·tuig
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vliegtuig | vliegtuigen |
| verkleinwoord | vliegtuigje | vliegtuigjes |
Zelfstandig naamwoord
vliegtuig o
- (verkeer) een vervoermiddel dat speciaal ontworpen is voor het reizen door de lucht
- Reist u vaak per vliegtuig?
Synoniemen
- (verouderd) vliegmachine
Hyponiemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een vervoermiddel dat speciaal ontworpen is voor het reizen door de lucht
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
Zelfstandig naamwoord
vliegtuig