insect

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·sect
enkelvoud meervoud
naamwoord insect insecten
verkleinwoord insectje insectjes

Zelfstandig naamwoord

insect o

  1. (dierkunde) geleedpotige met drie paar poten en geen, één of twee paar vleugels.
Vertalingen

Meer informatie



Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
insect insects

Zelfstandig naamwoord

insect

  1. (dierkunde) insect.
Persoonlijke instellingen