zondebok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·de·bok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zondebok zondebokken
verkleinwoord zondebokje zondebokjes

Zelfstandig naamwoord

zondebok m

  1. (religie) een te offeren dier, gewoonlijk een bokje, waarop alle zonden geworpen worden
    Op Yom Kippur werd een zondebok "voor Azazel" beladen met zonden "naar de wildernis geleid", dat wilde later zeggen dat de bok van een rots afgeworpen werd.
  2. overdrachtelijk: iemand, al dan niet schuldig aan iets, die gebruikt wordt om de levende onvrede op af te wentelen
    Minderheden zoals joden of homo's worden maar al te vaak als handige zondebok aangewezen als politici gecontronteerd worden met onvrede onder de bevolking.