zijde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zij·de
Woordherkomst en -opbouw
  • [2] Ontleend aan het Volkslatijnse *sęda, klassiek saeta ("dierenhaar").
1. enkelvoud meervoud
naamwoord zijde zijden, zijdes
verkleinwoord
2. enkelvoud meervoud
naamwoord zijde
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zijde of zij; v/m

  1. grenslijn van een tweedimensionale figuur of het grensvlak van een lichaam [1]
    De ene zijde is beschreven, de andere is leeg gelaten.
  2. zeer zachte stof gemaakt van cocons van de zijderups [2]
    Deze rok is van zijde.
  3. de personen die gezamenlijk voor iets strijden (letterlijk of figuurlijk)
    Na een paar jaar had iedereen aan beide zijden het steeds moeilijker zich te herinneren waar die hele oorlog nu eigenlijk om begonnen was
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl