zijde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zij·de
Woordherkomst en -opbouw
  • [2] Ontleend aan het Volkslatijnse *sęda, klassiek saeta ("dierenhaar").
1. enkelvoud meervoud
naamwoord zijde zijden, zijdes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zijde of zij; v/m

  1. een van beide of meerdere lijnen of vlakken
    De ene zijde is beschreven, de andere is leeg gelaten.
  2. zeer zachte stof gemaakt van cocons van de zijderups
    Deze rok is van zijde.
2. enkelvoud meervoud
naamwoord zijde
verkleinwoord
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie