zweet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zweet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zweet -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zweet o

  1. transpiratie, transpiratievocht
    • Het zweet parelt in druppels van zijn voorhoofd. 
Gelijkklinkende woorden
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zweten

zweet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van zweten
  2. gebiedende wijs van zweten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen