zweten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwe·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zweten
/'zʋetə(n)/
zweette
/'zʋetə/
gezweet
gezweten
/ɣə'zʋet/
/ɣə'zʋetə(n)/
zwak -t

gemengd

volledig

Werkwoord

zweten

  1. (inergatief) vocht uitscheiden uit de zweetklieren in de huid
    Hij zweette hevig nadat hij een stuk hardgelopen had.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl