zweten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwe·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zweten
/'zʋetə(n)/
zweette
/'zʋetə/
gezweet
(gezweten) *
/ɣə'zʋet/
/ɣə'zʋetə(n)/
zwak -t

gemengd

volledig

Werkwoord

zweten

  1. inergatief vocht uitscheiden uit de zweetklieren in de huid
    • Hij zweette hevig nadat hij een stuk hardgelopen had. 
Opmerkingen
  • In de standaardtaal is 'zweten' een zwak werkwoord en is het voltooid deelwoord dus 'gezweet'. [2] Soms wordt voor een stilistisch effect (ritme of nadruk) toch de vorm gezweten gebruikt. Zulk gebruik van sterke vormen doet zich ook bij enkele andere werkwoorden voor. [3]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Peentjes zweten
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen