zweetklier
Uiterlijk
- Geluid: zweetklier (hulp, bestand)
- IPA: / ˈzwetklir / (2 lettergrepen)
- zweet·klier
- samenstelling van zweet zn en klier zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zweetklier | zweetklieren |
| verkleinwoord | zweetkliertje | zweetkliertjes |
- (anatomie) een klier in het lichaam dat zweet produceert.
- De zweetklier moest tijdens het sporten hard werken.
- ▸ Ik voelde mijn armen prikken van de zenuwen, zweetklieren die dreigden open te springen.[1]
- ▸ In zijn grijze pak ziet de gestalte er zo rustig en koel uit dat men zich onwillekeurig afvraagt of een dergelijke volmaakte verschijning wel zweetklieren, slijmvliezen en een spijsvertering heeft.[2]
1.een klier in het lichaam dat zweet produceert
- Het woord zweetklier staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “Schildpadden tot in het oneindige” (2017), Gottmer
, ISBN 9789025768652 - ↑ “Corps delcti” (2009), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9789041417480
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Anatomie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal